ja
nee
 





 
 
 
     
 
     
   
 
 
 
ONTWIKKELINGSPSYCHOLOOG EWALD VERVAET
Dr. Ewald Vervaet is ontwikkelingspsycholoog. Hij onderzoekt de psychologische ontwikkeling bij jonge kinderen en is docent aan verschillende instellingen, onder meer aan Academie Gradatim en enkele volksuniversiteiten, zoals die van Amsterdam en Rotterdam. Ook in het blad WIJ Jonge Ouders zijn regelmatig artikelen in samenwerking met Ewald gemaakt.
Van zijn hand verschenen verschillende boeken: ‘Groeienderwijs; psychologie van 1 tot 3’ en ‘Naar School; psychologie van 3 tot 8’ en 'Het raadsel intelligentie'. In de eerste twee legt Ewald aan de hand van toegankelijke praktijkvoorbeelden en studies uit hoe je kind psychologisch gezien opgroeit en hoe je daar als ouder in de verschillende fases mee om kunt gaan. 'Het raadsel intelligentie' gaat over de vraag welke rol het erfelijke pakket en de omgeving spelen. Ewalds conclusie is grensverleggend: 'erfelijkheid' en 'omgeving' zijn beide noodzakelijke voorwaarden voor een goede psychologische ontwikkeling, maar doorslaggevend is de gelegenheid die je kind krijgt om zichzelf, jou en de wereld van binnenuit zélf te ontdekken. De drie boeken zijn verkrijgbaar bij WIJ Mediawinkel.nl.
Ewald beantwoordt graag jouw persoonlijke vraag over de ontwikkeling van jouw kind op gebied van sociale omgang, naar peuterspeelzaal of school gaan, leren lezen en wat al maar niet meer op psychologisch gebied. Bovendien schrijft hij elke maand een Doordenker over een aantrekkelijk onderwerp uit de praktijk.

Meer weten over Ewald, zijn werk en bevindingen? Kijk bij Stichting Histos.

Kijk hier voor de Doordenker van de maand

Stel hier je persoonlijke vraag

x.gif, 43B
Anne, 5 september 2010
Beste Ewald,
Hartelijk dank voor je antwoord op mijn vorige vraag over mijn zoontje Adie. Hij is net 6 geworden in september. Ik heb net je boek gekocht en ga zeker hoofdstuk 3 lezen. Ik kan me heel goed vinden in hetgeen je beschrijft over de fase waarin hij nu wellicht zit. Adie is een heel slim manneke die zeker op creativiteit en fantasie ver voor is op zijn leeftijdsgenootjes. Dit waren ook de conclusies van de juf in groep 1 en 2. Hij tekent bijvoorbeeld haarfijn details van een huis in perspectief. Hij was heel vroeg met praten en kon het ook goed en duidelijk. Hij heeft nu ook een enorme woordenschat voor een knulletje van net 6. Wij hebben hem altijd heel veel voorgelezen en hij vindt dat ook enorm leuk, maar lekker buiten spelen of teevee kijken vindt hij natuurlijk ook geweldig. Hij is heel nieuwsgierig en wil graag veel weten. Hij is vooral heel erg geïnteresseerd in dieren en de wereld en landen in het algemeen. Hij stelt daar veel vragen over en onthoudt de feiten ook heel goed. Hij is net een spons die informatie opneemt en het juist weet te gebruiken. Verder is hij heel muzikaal (zover ik dat als leek kan zeggen), een dromer en denker. Nu in groep 3 (net 3 weken begonnen) merken wij dat hij het enorm naar zijn zin heeft en het ook echt leuk vindt. Ik denk ook na het lezen van jouw vorige antwoord dat het inderdaad ook de indrukken en alle nieuwe dingen van zijn nieuwe klas zijn waardoor hij wellicht het plassen op een lagere prioriteit zet. Zijn juf die hij nu net 3 weken heeft gaf aan dat hij het qua werkhouding en structuur nogal moeilijk vindt en daardoor moeite heeft met sommige taken. Ik moet zeggen dat ik het nogal hard vind gaan met leren rekenen, lezen en schrijven in deze groep, ze moeten alles tegelijk doen en leren, het spelen is natuurlijk een stuk minder en de kinderen moeten goed stil zitten en goed blijven luisteren naar de opdrachten van de juf. Ik heb zelf het gevoel dat hij moet het allemaal nog leren, hoe het in zo'n klas gaat en die arme kinderen moeten al zoveel leren aan het begin van groep 3, dus geef hem even de tijd. Maar toch maak ik me dan ook weer zorgen over wat zijn juf zegt en denk ik zou hij het wel aankunnen en hoe kunnen wij hem helpen. Toen het broekplassen ook ineens niet meer een ongelukje werd, maar vaker voorkwam en wij ook merkten dat ie thuis ineens meer afwezig was en af en toe erg fel reageert op sommige dingen, wilde ik jou toch om raadt vragen.
Naast zijn school gaat Adie niet naar een opvang of iets dergelijke en heeft hij een keer per week op zaterdag zwemles en gaat hij binnenkort een muziekinstrument leren spelen en heeft nog een zusje van bijna 4. Thuis zijn er geen rare of noemenswaardige gebeurtenissen en is Adie een heel vrolijk en bezig mannetje. Ik weet dat ik wat lang van stof was, maar ik hoop je zo wat meer info te hebben gegeven.
Nogmaals hartelijk dank voor al je adviezen aan de bezorgde ouders :-) Het helpt ons echt!!
Anne
Ewald Vervaet, 6 september 2010
Beste Anne,
Dank je voor je uitvoerige toelichting. Als Adie uit zichzelf op zwemles en op muziekles wil, kan hij het zeker aan, maar heel vaak 'willen' kinderen in en rond de kleuterfase wat hun opvoeders willen, namelijk om hen te behagen. Ik krijg sterk de indruk dat hij aan de ene kant een heel leergierig en gewillig kind is, maar aan de andere kant toch ook in veel opzichten nog een kleuter is, dus een fase-13-kind (gemiddeld 4,5-6,5 jaar), en als zodanig nog op zijn teentjes moet lopen. Ik zou in overweging willen geven om hem vooral uitdagingen te geven op zijn ontwikkelingsnivo. Als dat voor lezen fase 14 is, zou ik hem op dat nivo met letters en woordjes bezig laten zijn, maar als dat fase 13 is, op dat nivo (rijmen, rijtjes afmaken als 'bes - boos - bos - buis - ...', enzovoort). Kalmpjes aan, dan breekt het lijntje niet!
Succes en
Met vriendelijke groeten,
Ewald

Anne, 2 september 2010
Beste Ewald,
Graag wil ik je iets vragen over broekplassen met 6 jaar. Mijn zoontje van 6 jaar was vrij laat zindelijk, hij was bijna 4 toen hij zindelijk werd. 's Nachts gaat het nu redelijk goed, met heel af en toe een ongelukje, maar ik moet zeggen we hoeven hem er niet meer uit te halen om te plassen en hij is op een enkele keer na de hele nacht droog.
Het gaat juist om het droog blijven over dag. Hij heeft periodes dat het weken goed gaat en dan weer momenten dat het meerdere keren per week mis gaat. Ondanks dat we proberen niet boos te worden is het heel vervelend natuurlijk.
Telkens zit ik weer te piekeren of er een aanleiding was of niet, maar ik kan niets bedenken. Hij zit verder goed in zijn vel, heeft het enorm naar zijn zin in groep 3 en is een lekker vrolijk mannetje.
Mijn vraag is, moet ik die keren dat het mis gaat als probleem zien en er met de huisarts over praten of is het iets wat gewoon vanzelf overgaat als hij ouder wordt? Gezien hij ook dagen achter elkaar heeft dat het heel goed gaat en ook 's nachts redelijk goed gaat.
Alvast dank!
Anne
Ewald Vervaet, 5 september 2010
Beste Anne,
Ik heb hier strikt genomen geen verstand van, maar ik wil en kan wel met je meedenken.
Het feit dat hij 's nachts (doorgaans) droog is, wil zeggen dat hij de zindelijkheid beheerst, want de nachtelijke zindelijkheid is gewoonlijk het sluitstuk van het zindelijkheidsproces. Ik vraag me dus af of er iets is waardoor hij af en toe overdag een 'ongelukje' heeft. Als ontwikkelingspsycholoog moet ik dan meteen aan fase 11 denken. Weliswaar loopt die gemiddeld tussen 36 en 45 maanden en is je zoon van 6 daar kwa kalenderleeftijd dus allang aan voorbij maar er kan sedert ongeveer 45 maanden iets gebeurd zijn in zijn leven, waardoor hij in enkele opzichten toch weer als een fase-11-kind is gaan functioneren. En dat iets zou de basisschool kunnen zijn. Ik weet niet of hij nu 6 jaar en enkele maanden oud is of bijna 7. Dat maakt nogal een verschil want de schoolrijpheid treedt gemiddeld rond 6,5 jaar in. Het zou dus kunnen zijn dat hij in de typische schoolvakken zoals lezen, schrijven en rekenen te zeer zijn best moet doen en daardoor overdag zijn aandacht te weinig bij zijn blaas heeft. Schrijf me, als je wilt, iets meer over zijn precieze leeftijd en of hij ten aanzien van de schoolvakken in fase 14 (gemiddeld 6,5-8,5 jaar) zit of eigenlijk in psychologisch opzicht nog een kleuter is, dus in fase 13 (gemiddeld 4,5-6,5 jaar) verkeert. (Schrijf dan ook zijn naam, als je wilt. Dat praat wat gemakkelijker - anders moet ik het over 'het kind' en/of 'jouw zoon' hebben.)
In combinatie met dit vorige punt kom ik dan nu op de eerder genoemde fase 11. In die fase gaat een kind namelijk geheel op in dingen die hem overweldigen. Dan vergeet het alles behalve datgene waar het mee bezig is. Heb je de indruk dat zoiets aan de orde is? Als dat zo is, dan zullen jij, zijn vader, de leerkracht van groep 3 en andere volwassenen de aandacht voor zijn blaas als hij ware tijdelijk van hem moeten overnemen en aanvullen. Doorgaans zie je aan een kind of hij naar de WC moet: van het ene been op het andere wippen, trappelen met de voeten, knijpen met de bovenbenen, en dergelijke. Zodra je dat ziet, vraag je hem even te stoppen met waar hij mee bezig is en even bij zichzelf na te gaan of hij moet plassen of niet. Bij ja, laat je hem naar de WC gaan. Bij nee, zoek je samen uit wat er dan is dat maakt hij trappelt, wipt, knijpt of wat het ook maar is dat jij als plassignaal meende kunnen uitleggen.
Nogmaals, ik denk slechts met je mee en hoop dat je hier wat aan hebt. Mocht dat zo zijn, dan zou je binnen enkele weken toch al een opgaande lijn moeten zien. Zo niet, dan zou ik inderdaad naar de huisarts gaan.
Succes en wellicht tot later.
Met vriendelijke groeten,
Ewald

P.S. Over de fasen 11, 13 en 14 schrijf ik uitvoerig in de hoofdstukken 1, 3 respectievelijk 4 van mijn boek 'Naar school; psychologie van 3 tot 8'.

mirjam, 2 september 2010
Beste Ewald,
Eerder heb ik een vraag gesteld over het omgaan met mijn zoontje nu mijn vader ziek is. Bedankt voor de uitleg. Door het voor hem 'normaal' te houden, is de onrust 's nachts weg en vindt hij het helemaal prima om naar het ziekenhuis mee te gaan. Fijn om te merken!
Ik heb wel een andere vraag. Joas (2 jaar en 4 maanden) is regelmatig bang voor dingen. Sommige dingen zijn goed te behappen, zoals zijn angst voor hijskranen als ze te dichtbij zijn of angst voor honden. Wat ik lastig vind, is dat hij bang is geworden van onweer en die angst 'generaliseert'(?) naar angst voor regen, angst voor wind, angst voor donkere wolken. Zodra dat gebeurt, wil hij slapen. Hij gaat dan het liefst bibberend van angst in zijn bed liggen en valt serieus in slaap, soms gewoon tot de volgende ochtend (vanaf 5 uur 's middags). Ik heb hem geprobeerd uit te leggen dat de regen goed is voor de plantjes, dat papa en mama ook niet bang zijn, dat we gewoon binnen zijn etcetera, maar hij blijft dan stug volhouden dat hij bang is. Als ik de gordijnen dicht heb, valt het hem niet echt op. Ik probeer hem ook af te leiden van de regen, maar dat is met het weer van de afgelopen weken niet altijd gemakkelijk ;-)
Is dit een fase? Hoe werkt dat en hoe kan ik hem helpen om minder bang te zijn van regen, wind en onweer?
Alvast bedankt,
Mirjam
Ewald Vervaet, 4 september 2010
Beste Mirjam,
Joas' reactie op het onweer is wel te plaatsen in fase 9 (gemiddeld 26-31 maanden). In die fase gaat het onzichtbare een rol spelen - vanwege het zogeheten representeren dat in die fase mogelijk wordt. Dat is het hebben van mentale beelden zonder het betreffende direct te kunnen waarnemen. Dus, denken aan iets van gisteren is een representatie. Tot en met fase 8 is het kind gewend te opereren met dingen die het direct kan waarnemen en waarmee het direct kan handelen. Met onweer en andere weersomstandigheden kan dat allemaal niet en dat is voor Joas kennelijk (als ik je goed begrijp) angstwekkend. Is het misschien een idee om hem dopjes in zijn oren te doen als het gaat onweren? (Als je dat een goed idee lijkt, zou ik wel eerst 'oefenen' met de oordoppen zonder dat het onweert. Eventueel maak je er een spelletje van, bijvoorbeeld door er ook zelf in je oren te doen en hem te laten merken dat harde geluiden dan nauwelijks hoorbaar zijn, ook bijvoorbeeld bij nare geluiden als van een boor.)
Uitleg helpt bij een fase-9-kind zeker nog niet. Ik denk dat dat ten aanzien van zaken als onweer en regen pas werkt vanaf de kleuterfase. Dat is fase 13 (gemiddeld 4,5-6,5 jaar). Bij dreumesen (gemiddeld 1,5-3 jaar) en peuters (gemiddeld 3-4,5 jaar) werkt alleen nog 'praktische uitleg' - dus concreet laten zien, concreet laten voelen, concreet laten doen en de effecten ervaren, enzovoort.
Succes! Schrijf me gerust je bevindingen. Als je wilt, blijf ik meedenken.
Met vriendelijke groeten,
Ewald

P.S. Over fase 9 schrijf ik uitvoerig in hoofdstuk 9 van mijn boek 'Groeienderwijs; psychologie van 0 tot 3'.

Sylvia, 2 september 2010
Beste Ewald,
Bedankt voor het meedenken. Intussen ben ik erachter!
Eerst heb ik geprobeerd om iets langer op de opvang te blijven, geen succes. Ook heb ik een keer zijn knuffel meegenomen, een soepstengel gegeven - het bleef een drama. Maar nu laat ik hem voor het instappen even voorin zitten. Even zitten en een paar keer toeteren is voldoende om hem glunderend zonder protest daarna in zijn stoeltje te zetten. Ik hoor achterin nu 'auto' en 'toetoet' in plaats van gekrijs.
Nu ben ik erachter gekomen dat hij zo'n 2 weken geleden op de parkeerplaats met papa heeft getoeterd in mijn auto. Dat moet hij hebben onthouden. Het hoeft trouwens alleen in mijn auto. Papa brengt hem 's ochtend naar de opvang zonder drama en zonder te toeteren. Dat hij niet snapt hoe dat met dat toeteren zit, houden we nog maar even zo.
Vreemd genoeg zegt hij vaak 'toet toet' - maar heeft dit nooit geroepen in het stoeltje. Hij begrijpt dat woord blijkbaar niet echt.
Hij zegt na 'tein', 'bus', "boot', 'auto', 'tattor' vaak 'toet toet' - maar ook achter 'copter' en 'fiets'. Nu weet ik niet of een helicopter toetert, maar dat heeft hij zeker nog nooit gehoord. En mijn fiets toetert niet!
Enfin, ik ben blij dat we rustiger naar huis kunnen na de opvang. Ik wilde dit graag even delen.
Groet,
Sylvia
Ewald Vervaet, 4 september 2010
Beste Sylvia,
Mijn komplimenten voor je onderzoekerschap! Zijn gedrag kan ik nu nog beter dan de eerste keer op het nivo van fase 8 (gemiddeld 22-26 maanden) plaatsen. Het is de fase van de vaste rituelen en van 'nog' of 'ook'. Ook komen zinnetjes als 'auto (doet) toetoet', 'hondje (doet) woef' en dergelijke op.
Om even op de rituelen terug te komen, kennelijk had zich in zijn brein zoiets genesteld als 'kinderdagverblijf --> die ene auto --> toeteren --> rijden'.
Met vriendelijke groeten,
Ewald

Linda, 1 september 2010
Hallo Ewald,
Onze dochter van 22 maanden bijt regelmatig andere kindjes, onder wie ook haar zusje van 4,5 maand. Dit doet ze al een maand of 2 en we hebben nu al een aantal dingen geprobeerd:
- Haar boos vertellen dat het pijn doet en haar dan in de hoek zetten... waarna ze na een week zelf naar de hoek toe liep als ze gebeten had, maar hier niet mee ophield.
- Haar vertellen dat het pijn doet en dat als ze niet lief speelt, ergens anders moet spelen haar ook vervolgens ergens anders neerzetten... waarna ze dus nu zelf zegt 'Niet lief! Auwie, pijn!'. Dit zegt ze ook als ze zichzelf stoot: 'Pijn, auwie'.
- We hebben het ook proberen te laten zien door zelf onszelf te bijten en 'Auw, pijn!' te roepen.
Ze lijkt het de ene keer te doen uit nijd en de andere keer zomaar uit het niets.
Ze maakt verder altijd heel goed duidelijk wat ze wilt, dus het lijkt niet uit onmacht te zijn...
Heb je toevallig nog meer tips?
Groetjes,
Linda
Ewald Vervaet, 2 september 2010
Beste Linda,
Ik geef jullie in overweging met jullie dochter naar een opvoedkundig buro te gaan. Als ontwikkelingspsycholoog ben ik wel bekend met dit verschijnsel, dat zich inderdaad meestal in de tweede helft van het tweede levensjaar begint te manifesteren, maar een echt goede verklaring heb en ken ik er niet voor.
Haar hier iets van uitleggen heeft weinig zin: het meeste begrijpt ze niet en verboden en geboden opvolgen doet een kind pas vanaf fase 10 (gemiddeld 31-36 maanden).
Verder zijn de fasen 7 (gemiddeld 18-22 maanden) en 8 (gemiddeld 22-26 maanden) de fasen waarin het imiteren op zijn hoogtepunt is - dat merken jullie ook in haar imitaties in de voorbeelden bij jullie vraag.
Haar straffen helpt ook niet want straffen (en belonen) werken pas in de contekst van geboden en verboden en dan zitten we weer in fase 10.
Wat je eventueel wel zou kunnen proberen (na overleg met het opvoedkundig buro) is: het bijten tot iets negatiefs 'laden' (zo noem ik het maar even). Dat wil zeggen, als ze iemand anders bijt, kijk je er zo boos mogelijk bij en je zegt dingen (die ze waarschijnlijk niet begrijpt) op een barse toon. Maar als dat 'laden' al werkt, is het nu misschien te laat.
Blijft dus in alle gevallen over: voorlopig je oudste kind niet alleen in de buurt van je jongste kind laten. Dat wil zeggen, een volwassene (jij, je partner, de oppas) zal voor je oudste in de gaten moeten houden wat ze zelf nog niet kan, namelijk in acht nemen dat ze niet mag bijten. Die volwassene kan onmiddellijk ingrijpen zodra ze haar mond in de richting van de jongste brengt.
Vaak zal er dit dus op neer komen dat ze voorlopig uit elkaars directe nabijheid moeten zijn als er niemand direct bovenop zit. Misschien vind je dat erg, maar als je goed oplet zul je zien dat van samenspel ook bij je oudste nog nauwelijks sprake is.
Succes en
Met vriendelijke groeten,
Ewald

P.S. Over de fasen 7-10 schrijf ik uitvoerig in de hoofdstukken 7-10 van mijn boek 'Groeienderwijs; psychologie van 0 tot 3'.

Sylvia, 31 augustus 2010
Beste Ewald,
Mijn zoontje van 21 maanden heeft het prima naar zijn zin op de kinderopvang. Als ik hem ga ophalen loopt hij door het gebouw alsof hij de baas is en wil hij van alles laten zien. Naar de parkeerplaats naar huis toe, gaat het nog goed - hij zegt dan 'mee' en 'naar huis'...
Zodra hij echter in het autostoeltje gezet wordt, is het drama. Hij gilt 'nee, nee', doet zijn gordel los en woelt zich weg. Dit gebeurt sinds een paar weken, en sinds kort weet hij ook hoe de gordel werkt.
Enig idee waarom hij dit doet, is het omdat ik zijn vrijheid beteugel? Wil hij echt niet naar huis? Kan ik iets doen om deze strijd te voorkomen?
Heeft het zin als ik uitleg dat die gordel om moet, omdat wij allemaal een gordel om hebben in de auto? Zoals 'papa een gordel om, mama een gordel om, dus jij ook een gordel om'?
Bij thuiskomst gaat het overigens beter, hoewel hij niet meer zo goed geluimd is als op de opvang.
Bedankt voor je reactie.
Groet,
Sylvia
Ewald Vervaet, 31 augustus 2010
Beste Sylvia,
Gezien het feit dat je zoon het beschreven gedrag pas enkele weken doet, vraag ik me af of het iets met een nieuwe fase te maken zou kunnen hebben. Ik denk dan vooral aan fase 9, de fase van de dreumespuberteit. Daarin is de ontdekking van de eigen wil een belangrijk thema. Weliswaar loopt die fase gemiddeld tussen 26 en 31 maanden, maar een vervroeging van 5, 6 maanden moet niet bij voorbaat uitgesloten worden.
Terwijl ik je vraag las, vroeg ik me overigens wel af hoe hij 's morgens op het autostoeltje reageert. En hoe zou hij reageren als je hem de komende tijd per fiets brengt en haalt (vooropgesteld dat dat gezien de afstand en gezien de tijden van de dag mogelijk is).
Uitleg geven, zoals je suggereert, zou ik niet doen. Ga er gerust maar vanuit dat hij die toch niet begrijpt. En zelfs als hij die begrijpt, dan zit er bij die uitleg een gebod (namelijk om in dat stoeltje te blijven zitten) en een verbod (namelijk om niet te proberen zich eruit te bevrijden). Nu, het opvolgen van geboden en verboden ontstaat pas in fase 10 (gemiddeld 31-36 maanden).
Overigens is een woord als 'mee' typische een woord op het nivo van fase 8 (gemiddeld 22-26 maanden).
Tja, verder kan ik er op dit moment niet zoveel meer over schrijven. Wel vervelend voor jullie allemaal dat het zijn humeur zo bederft. Schrijf me gerust wat meer, ook naar aanleiding van de dingen die ik me afvraag en die ik hierboven heb geschreven.
In alle gevallen: succes en
Met vriendelijke groeten,
Ewald

P.S. Over de fasen 8-10 schrijf ik uitvoerig in de hoofdstukken 8-10 van mijn boek 'Groeienderwijs; psychologie van 0 tot 3'.

Agnes, 31 augustus 2010
Beste Ewald,
Mijn dochter van ruim 2,5 slaat mijn zoontje van bijna 10 maanden. Hij tijgert nu door de kamer heen en vindt snel speelgoed dat eigenlijk van mijn dochter is. Zodra zij dit in de gaten krijgt gaat ze het speelgoed beschermen en slaat haar broertje op het hoofd of duwt hem weg.
Vaak ontstaat er dan bij beiden een huilbui. Hoe kan ik haar duidelijk maken dat ze haar broertje niet mag slaan?
Ik zet haar na een paar keer wel eens op de gang, maar veel haalt dat niet uit. Zodra ze weer terug is, gaat ze gewoon weer verder met slaan. Ik voel me net een politieagent die de hele dag er boven op moet zitten.
Graag advies, ik en mijn man worden er zo moe en gefrustreerd van.
Groetjes,
Agnes
Ewald Vervaet, 31 augustus 2010
Beste Agnes,
Je dochter zit wat haar persoonlijkheidsontwikkeling betreft hoogstwaarschijnlijk goeddeels in fase 9 (gemiddeld 26-31 maanden). Die fase staat beter bekend als de dreumespuberteit. In die fase vindt een kind het heel moeilijk dingen te delen omdat het geen toekomstbesef heeft: alles in 'nu of nooit'. Over enkele maanden (of misschien al enkele weken - je schrijft 'ruim 2,5') zal ze wel toekomstbesef hebben, want dat is een onderdeel van fase 10 (gemiddeld 31-36 maanden). Dan kan ze ook begrijpen 'nu mag mijn broer ermee spelen en ik strakjes weer'.
In fase 10 ontstaat ook het volgen van geboden en verboden. In fase 9 heeft het geen zin om een kind op te dragen wat het wel en niet mag en wel en niet moet. Het heeft dus ook geen zin het te straffen als het een gebod of verbod overtreedt - je schrijft dat zelf ook in verband met op de gang zetten en de zinloosheid van de uitleg dat ze haar broer niet mag slaan.
Wat te doen? Wel, voorlopig (maar nogmaals, dat kan kort duren - nog even geduld!) zit er niet veel anders op als 'voorstructureren' - om het maar eens met een heel algemene kreet aan te geven. Om concreet te worden: zorg ervoor dat een volwassene bij ze is als ze allebei in één ruimte spelen en geef dan wat aan haar en wat aan hem. Als dat niet kan (bijvoorbeeld omdat je de enige volwassene thuis bent en je moet koken), neem dan eentje bij je in de keuken en zet de andere in een kamer ernaast - uiteraard wel zo dat je er zicht op hebt.
Sterkte en succes!
Met vriendelijke groeten,
Ewald

P.S. Over de fasen 9 en 10 schrijf ik uitvoerig in de hoofdstukken 9 en 10 van mijn boek 'Groeienderwijs; psychologie van 0 tot 3'. Je zoon zit goeddeels in fase 4 (gemiddeld 8-12 maanden) - hoofdstuk 4 gaat daarover. Inderdaad het tijgeren (en kruipen of bilschuiven) vallen onder die fase.

Lisette Rijsdijk, 24 augustus 2010
Beste Ewald,
Ik heb u al eerder gemaild over mijn zoontje Luc.
Hij gaat zo vooruit! Hij zit nu zelfstandig, gaat zelfstandig zitten en van zitten op de buik en dan tijgerend door de kamer. Luc is nu een jaar en 4 weken oud. Hij heeft zelfs neiging tot optrekken, we weten niet wat ons overkomt! Hij heeft het prima naar zijn zin en is apetrots!
We zijn druk met uw tips aan de slag gegaan, zo benoemen we de geluiden, van bijvoorbeeld de wind buiten, een auto, brommer, enzovoort en we zijn lekker aan het spelen, muziekmaken, en verstopspelletjes en boekjes lezen/kijken.
We zijn ook druk bezig met het meespelen met waar hij mee bezig is en zo proberen we hem ook te stimuleren dat het goed is wat hij doet en dat dat mag en dan maken we hem ook nieuwsgierig naar andere dingen met ander speelgoed. We zijn ook lekker buiten en kinderboerderij en zwemmen vindt meneertje super!
Het krijsen wordt minder, we benoemen dingen als hij wat wil hebben en zeggen dan: wil je die? of wil je dat? en dan benoemen we het - bijvoorbeeld 'drinken' of 'boekje' etcetera.
Hij lijkt tevredener!
Hartelijke groeten,
Lisette Rijsdijk
Ewald Vervaet, 24 augustus 2010
Beste Lisette,
Heerlijk om te lezen! Ik geniet met jullie mee. En jij en je man/vriend voelen zich ook zo veel beter op deze manier.
Misschien iets om voor de rest van jullie opvoeding van Luc vast te houden: de kern van het opvoeden is 'aansluiten bij wat hij kan, aanvullen wat hij niet kan' - uiteraard bekeken vanuit de fase waarin hij op elk afzonderlijk ontwikkelingsgebied zit.
Heel veel goeds met jullie manneke!
Met vriendelijke groeten,
Ewald

Nicolien, 23 augustus 2010
Hallo,
Onze dochter is 3 jaar en 9 maanden. De eerste 2 jaar is zij veel ziek geweest. Die tijd ging zij ook 1 dag per week naar het kinderdagverblijf als ze niet ziek was. Daar was trouwens veel wisseling van leiding. Op het dagverblijf had ze ook altijd moeite om te zijn. Altijd huilen bij afscheid. Toen ze 2,5 was hebben zijn we gestopt op het dagverblijf en is ze thuis geweest. Wel bij opa's en oma's. Toen ze 2 jaar en 9 maanden was heeft ze een zusje gekregen. Bewust even gewacht met start op peuterspeelzaal, zodat ze gewend was aan zusje en we zijn daarvoor ook verhuisd. Ze was bijna 3 toen ze op de speelzaal begon. Dochter is altijd verlegen geweest en angstig voor andere mensen en kinderen. Alleen bij mensen die ze heel goed kent durft ze zichzelf te zijn. Thuis is ze heel vrolijk, gezellig, makkelijk, flexibel, heel gewoon eigenlijk. Ze is heel pienter, praat goed, onthoudt alles, weet veel. Op de speelzaal gaat het nog steeds heel moeizaam. De kinderen vindt ze niet leuk, is erg op zichzelf. Of alleen met de leidster. Ze gaat niet graag. Ze gaat al een dagdeel extra om te oefenen voor de basisschool. Ze zit er nu al bijna een jaar, maar het gaat zo moeilijk. Zelf werk ik met kinderen met een ontwikkelingsachterstand. Ik weet veel over ASS. Dit kan ik bij haar niet ontdekken. Toch is haar gedrag moeilijk op de speelzaal en ik weet niet wat ik hiermee moet. Heeft u een advies of tips voor ons? Ik heb er zo'n moeite mee om te horen van de leidsters dat ze het zo moeilijk heeft. Wat kunnen we het beste doen?
Alvast bedankt.
Groeten,
Nicolien
Ewald Vervaet, 24 augustus 2010
Beste Nicolien,
Terwijl ik je brief las, moest ik onwillekeurig denken dat je dochter van nu bijna 4 een heel moeilijke start in het leven heeft gemaakt. Ze zal het bij allerlei ziektes niet altijd even leuk hebben gevonden - ik fantaseer dat ze in een ziekenhuis heeft gelegen, dat ze prikken heeft gehad, dat ze (vies smakende) medicijnen heeft gekregen. Dat is misschien allemaal niet zo, maar de kans is natuurlijk erg groot dat ze aan een en ander toch wat heeft overgehouden. Ook vraag ik me af hoe het met haar ging rond fase 4. Die loopt gemiddeld tussen 8 en 12 maanden en is de kiem van de zogeheten hechting. Mocht ze in die fase erg veel telkens andere dokters, verpleegkundigen en andere behandelaars hebben gezien, dan zal haar dat weinig goed hebben gedaan.
Mocht dit allemaal (ongeveer) zo zijn, dan zal ze nog wel enige tijd jouw veilige nabijheid (en die van andere vertrouwden) nodig hebben. Die zul je haar wel willen geven. Misschien is het handig om dit ook allemaal goed door te spreken met de leidster van haar speelzaal en zeker ook met de juf van haar groep 1. Maak een goed plan met die juf - misschien wil je vóór de vierde verjaardag van je dochter wel een paar keer bij jullie thuis op bezoek komen, uiteraard nadat je haar een en ander hebt uitgelegd.
Veel succes hiermee. Door me te schrijven wat je hebt geschreven, zit je in elk geval op een goed spoor: je hebt oog en oor voor hoe je dochter zich in allerlei groepssituaties buitenshuis voelt en je weet ook hoe ze in een veilige omgeving kan zijn.
Met vriendelijke groeten,
Ewald

P.S. Over fase 4 (en over hechting) kun je uitvoerig lezen in hoofdstuk 4 van mijn boek 'Groeienderwijs; psychologie van 0 tot 3'.

natascha fuchs, 23 augustus 2010
Beste Ewald,
Ik hoop dat je me een beetje advies kunt geven, want ik weet het zelf even niet meer. Mijn zoontje is nu 21 maanden en sinds een week is zijn gedrag opeens veranderd. In het kort: niet in de kinderstoel willen zitten, al een week niets eten, iets vragen aan mama/papa en vervolgens nee schudden, en gefrustreerd raken al het niet gaat zoals hij het wil, veel bij me hangen. Kun je mij vertellen in welke fase hij zit en wat ik eraan kan doen?
Groetjes,
Natascha
Ewald Vervaet, 24 augustus 2010
Beste Natascha,
Je zoon zit wat zijn persoonlijkheidsontwikkeling betreft in fase 9 (gemiddeld 26-31 maanden). Dat is de fase van de dreumespuberteit. Alle verschijnselen die je beschrijft, vallen daarbinnen. Dat is een lastige periode waarin je bij een oplaaien van het pubergedrag iedere keer een beetje zult moeten improviseren en zult moeten laveren tussen 'wel gedaan krijgen wat echt nodig is' en 'geen machtsstrijd aangaan en ook eens iets maar laten gaan' - daar komt het in het kort wel op neer. Over fase 9 kun je uitvoerig lezen in hoofdstuk 9 van mijn boek 'Groeienderwijs; psychologie van 0 tot 3'.
Sterkte! En bedenk: de dreumespuberteit is (net als de puberpuberteit) soms als een onweersbui - beide zorgen voor veel gedoe, maar drijven vroeg of laat ook weer over...
Met vriendelijke groeten,
Ewald


vorige 1  2  3  4  5  6  7  8  9  10 volgende
x.gif, 43B

Terug naar overzicht deskundigen

  Welkom
aanmelden Plattegrond
inloggen Contact
  Help


Stel je vraag
aan de voedingsdeskundige, de natuurgeneeskundig therapeute of de ontwikkelingspsycholoog. Bekijk de maandelijkse onderwerpen van de paranormaal kindertherapeute, de logopediste en Consument & Veiligheid. Opvoedsteunpunt Kansen voor Kinderen behandelt elke maand een toepasselijk thema.

Lees verder




Eline

Bijna 40 graden en dan zo'n leuk waterkraantje in de stad.